Alfons van Soest – 1956 – Trees Hofman

Zijn vader was Arnoldus Hubertus van Soest en moeder was Jacoba Mechtilda Rosalia Freulich.

De ouders van Theresia Antonia Maria Hofman waren Johannes Hubertus Hofman en Maria Elisabeth Bexkens.

Onze ouders zijn bijna 40 jaar getrouwd geweest. Pap is op 2 juli 1996 overleden, het jaar dat ze op 22 november 40 jaar getrouwd zouden zijn.

Ze hebben zich in september 1955 verloofd.

Na hun trouwen, de kerkelijke inzegening was op 22 november 1956, zijn ze in Broekhuizen aan de Veerweg gaan wonen, in een door henzelf gebouwde woning. Het ontwerp van dit huis is gedaan door Ton, een van de oudere broers van Trees. Op de plek waar dit huis is gebouwd stond een vakwerkboerderij. In die tijd was het niet gebruikelijk om een huis op te knappen en werd er een nieuw huis gebouwd, naast het voormalige ouderlijk huis van Fons. Ze hebben hier gewoond tot juni 1992. In verband met de lichamelijke achteruitgang van pap zijn ze toen verhuisd naar Blerick. Het huis en de tuin waren te bewerkelijk om goed te onderhouden.

Zoals al aangegeven is Fons op 22 mei 1921 geboren. Zijn oudere zus Nella werd zijn peettante.

Hij was de 9e in de rij van 10 kinderen.

Fons heeft in zijn jeugd gevoetbald bij Brughusia, de plaatselijke voetbal-club van Broekhuizen.

Fons, middelste rij, 3e van links

Na de lagere school is hij in Venlo naar de ambachtsschool gegaan. Hij is als elektricien gaan werken bij de PLEM, een van de voorgangers van Essent.

Op 21 augustus 1957 is hun eerste zoon Arno geboren. Vier jaar later, op 23 maart 1961, werd hun 2e zoon Jos geboren. Een jaar later is op 23 juli 1962 hun dochter Mieke geboren en tenslotte op 26 oktober 1965 hun jongste zoon Chretien.

Pap zijn hobby was het houden van kanaries en later ook parkieten. Hiervoor had hij een volière gebouwd in de tuin. Eerst tegen de schuur en later een vrijstaande. Het nachthok heeft hij, inventief als hij was, gemaakt van gepotdekselde planken van oude katrollen en afgewerkt met carboleum. Het zag er mooi uit. Op deze volière stond een kattenmepper, gemaakt van een radio-antenne, om de katten uit de buurt te houden.

We hebben wel eens een tamme parkiet in huis gehad uit het nest van een van de parkieten uit de volière. Deze werd dan door mam gevoerd met in water geweekt vogelvoer. Mam had deze parkiet dan in een handdoek bij zich zodat deze kon wennen aan mensen en ook echt handtam werd. We konden op een gegeven moment precies horen hoe mam de telefoon opnam. Dit werd door de parkiet precies nagezegd. Bij het huis lag een grote tuin waarin veel verse groenten werden verbouwd. Daarnaast lag er een groot gazon waar we als kind veel op hebben gespeeld.

Het onderhoud van het huis deed pap zelf. Hij heeft een douche aangelegd en later de c.v.
Aan een kant van deze tuin stond een heg die jaarlijks geknipt moest worden. Dat gebeurde begin augustus, zodat het er voor de kermis netjes uitzag.
Pap hield veel van de natuur en ging regelmatig vissen. Daarnaast liep hij elke dag, na het avondeten, even naar de Maas. Meestal liep een van ons dan met hem mee. We hebben heel wat stenen in de Maas gegooid.
Op zondagmorgen, na de hoogmis, gingen we naar de Broekhuizerweg, waar Jeu, Chrit, Mie en Clara woonden. Hier werd dan door de volwassenen gekaart en een borrel gedronken. Wij als kinderen kregen dan een glaasje kersen uit de brandewijn.
Op zondagmiddag gingen we vaak wandelen in het bos: op de Hiept of in het Brook. Pap wist daar overal feilloos de weg.

In de zomervakanties zijn we enkele jaren op rij op vakantie geweest in een van de huisjes van de PLEM. De eerste jaren naar het vakantiehuisje in Venray, Vlakwater en later enkele jaren naar een stacaravan in Wassenaar in Duinrel. Dat was een hele reis, met z’n zessen in een Fiat 850 en later in een Opel Kadett. Daarnaast hebben we ons ook geamuseerd met onze rubberen roeiboot of

gingen we zwemmen in Arcen, in het zwembad bij de paters van Klein Vink. Maar voordat we dat mochten gaan doen, moest er eerst gewerkt worden: erwten doppen en bonen rengen. Ook werden dan de eerste aardappelen geoogst: echte Parijse aardappeltjes. Pap deed die in een grote emmer met water en met een klomp werd dan de schil verwijderd. Vervolgens bakte mam de aardappeltjes in olie. Een delicatesse!

Toen we wat ouder werden, bakte mam iedere vrijdag friet. De frituur stond in de achterkeuken. Mam maakt hier dan ook een saus bij, de voorloper van de Joppiesaus.
Met kerst en als het kermis was aten we in de woonkamer. De tafel werd dan chique gedekt en we dronken uit wijnglazen. De wijnglazen werden door ons eerst gebruikt als muziekinstrument door met een natte vinger over de rand te wrijven.

Als toetje kregen we hemelse modder.
Op de zondagen stond er zondagse soep op het menu en als toetje vaak ingemaakte kersen met yoghurt of ijs. Dat ijs was dan van ‘bekker Miena’, echt Heldro-ijs.
De boodschappen werden ook gedaan bij ‘bekker Miena’. De boodschappen werden dan opgeschreven in het boekje en aan het eind van de week betaald. Later, toen er in Tienray een Edah kwam, gingen ze daar met de auto boodschappen doen. Deze boodschappen werden dan in de garage uit de auto gehaald, zodat ze Miena dit niet zag. Dat vonden ze niet gepast. De voorloper van de koopzondag was dat Miena, als het heel warm was, ijs verkocht door de diepvries in de deuropening te zetten. Ze verkochten lekkere waterijsjes en roomijs waar je de koekjes los bij moest kopen.

Pap was een introverte man die op zijn manier enorm kon genieten van zijn gezin. Een van de weinige keren dat we hem uitbundig hebben gezien was toen de Fiat 850 was verkocht. Mam was geslaagd voor haar rijbewijs en we kregen een nieuwe auto.
Pap is toen met ons op een zondagmorgen met de Fiat gaan crossen op de Hiept. Hij ging helemaal los, fantastisch. Of mam dit ooit is verteld is niet bekend.

Ook heeft pap een keer met Sinterklaas zijn cadeau ingepakt met alleen maar elastiekjes. Hilarisch, en lol dat hij had!
Ons eerste bezoek aan de Chinees met het hele gezin was een hele happening. Alleen pap bestelde hier geen Chinees eten, maar frites met kip….. Dat heeft hij nog lang moeten horen. Later vond hij bami of nasi wel lekker.

We gingen op zondagmiddag ook wel eens een familiebezoek brengen in Zuid-Limburg. Ook zijn we een keer naar België geweest bij André en Wevien. In de oorlog is een deel van het gezin Van Soest hier geëvacueerd geweest. Dat bezoek heeft indruk gemaakt, met name het avondeten. De tafel werd niet gedekt zoals wij dat doen, maar er werd van het tafelkleed (zeil) gegeten. We kregen dan ‘pelle petatte’, aardappelen in de schil gekookt.

Begin jaren negentig kreeg Fons last van zijn longen. Hij had longemfyseem en was dan vaker benauwd. Na enkele ziekenhuisopnames hebben pap en mam besloten te verhuizen naar een appartement in Blerick. In 1994 kreeg pap darmklachten en is hieraan geopereerd. De situatie was in eerste instantie zorgelijk, maar hij is hier wonderwel van opgeknapt.

Op 2 juli 1996 is pap aan de gevolgen van een longbloeding toch nog plotseling overleden. Hij had longkanker en we wisten dat hij niet meer behandeld kon worden, en dat zelf ook niet meer wilde.
Mam is nog enkele jaren blijven wonen in het appartement aan de Witherenstraat en is vervolgens verhuisd naar een serviceflat, ook in Blerick.

Op 22 mei 2017 is ze verhuisd naar een zorgappartement in La Providence in Grubbenvorst. Sinds ze in januari 2018 ernstig ziek is geweest is ze bedlegerig en volledig afhankelijk van zorg. Op 22 oktober 2018 hebben we haar 90e verjaardag gevierd. Ze heeft hier enorm van genoten. Mam heeft in deze laatste periode van haar leven genoten van onze bezoekjes en was dankbaar voor de zorg die ze kreeg. Op 15 februari 2019 is ze toch nog plotseling, in haar slaap, overleden. We hebben samen op een fijne manier afscheid van haar genomen en koesteren de mooie herinneringen.

Foto’s